In zijn boek
The Spirit of the Liturgy wijdt de voormalige paus, Joseph Ratzinger, een hoofdstuk aan de manier waarop in de Roomse liturgie het sacrament van de eucharistie wordt bewaard in een ‘tabernakel’ op het hoogaltaar in de kerk. Op de foto is de tabernakel het centrale 'huisje' met het groene gordijn ervoor.
Dit hoofdstuk komt me over als een
fremdkörper in dit boek van Ratzinger. Ik leg uit waarom, aan de hand van wat ‘principes’ van paleo-orthodoxie.
Ten eerste, Ratzinger’s openingszin luidt: ‘De kerk van het eerste millennium wist niets van [onze Roomse] tabernakels.’ Welaan, dan kan het toch niet van enorm belang zijn, is mijn conclusie direct. Maar Ratzinger legt uit waarom ik me vergis.
De tabernakel is het voorwerp op het altaar waarin de geconsecreerde hosties worden gewaard. Die worden beschouwd als de ‘aanwezigheid van de levende Heer’. Het gebruik van die tabernakel ‘is de vrucht van gepassioneerde theologische strijd’ aan het begin van het tweede millennium. Ratzinger bespreekt vervolgens kort het belang van de transsubstantiatie, waar ik nu niet op inga. Ratzinger doet dat ook niet, maar hij beklemtoond wel dat het Nieuwe Testament (Paulus, Johannes 6, etc) geloofden dat brood en wijn het Lichaam en Bloed van Christus worden die zichzelf aan ons te eten geeft.
Het eucharistische lichaam van de Heer wordt aan ons gegeven zodat wij als gelovigen samen zijn ware lichaam worden. Maar de gave van de eucharistie kan dit alleen doen omdat brood en wijn zijn ware lichaam en bloed worden, argumenteert Ratzinger. Dit vind ik een waardevolle gedachte. Maar hiervoor heb ik niet de ingewikkelde constructie van transsubstantiatie nodig.
Ja, als ik de eucharistie vier is het werkelijk Christus die zich in brood en wijn aan ons aanbiedt. Maar in onze Anglicaanse liturgie bidden we dat dit brood en deze wijn ‘voor ons’ het lichaam en bloed van Christus zijn, en we worden gedrongen het aan te nemen in geloof en met dankzegging. Het wonder speelt zich niet af in de elementen van brood en wijn, maar in onze relatie met Christus. Hij gebruikt in die relatie brood en wijn om zich aan ons bestaan op te dringen: het is zijn lichaam dat we eten en zijn bloed dat we drinken. Maar dat is alleen zo voor wie Christus, in de gedaante van brood en wijn, in geloof en met dankzegging (eucharistie) aanvaardt.
Ratzinger is het hiermee niet eens natuurlijk. Hij zegt: "De vroege kerk was zich al goed bewust dat het brood, zodra het was veranderd, veranderd bleef. Daarom [brachten ze het rond naar] de zieken, en dat is waarom ze het met zoveel eerbied behandelden, zoals de oosterse kerk nog steeds doet."
Inderdaad, ook in Egypte gaan we uiterst zorgvuldig met brood en wijn om. Maar de oosterse kerk had daar nooit een leer van transsubstantiatie voor nodig. En ook als Anglicanen kunnen we het brood bij zieken brengen, maar dat is omdat ze daardoor de eenheid met de gelovigen en de gemeenschap met de Heer beleven als ze niet zelf naar de kerk kunnen komen.
Na afloop van de viering drink ik meestal de beker leeg, en het brood delen we uit onder de kerkgangers zodat we het samen opeten. Uit eerbied – we bewaren het niet. Dat zou ook lastig zijn met het brood dat we gebruiken - dat is in een paar uur oud.
In onze Anglikaanse kerk hebben we dus geen tabernakel op het altaar of elders – we drinken alle wijn en eten alle brood. Dat is praktisch, maar we zouden ook als we hosties gebruiken dat toch niet behandelen, na afloop van de eredienst, alsof we met Jezus zelf te maken hebben. Deze objectivering van brood en wijn als Lichaam en Bloed gaat me te ver. Jezus komt in de eredienst tot ons als brood en wijn voor wie dat brood en die wijn, ja de Heer Jezus zelf, in geloof ontvangt. Meer moeten we hierover denk ik niet zeggen.
Ik geloof in de echte aanwezigheid van onze Heer in brood en wijn. Hoe zou ik kunnen geloven in de afwezigheid van Hem, of in de onechte aanwezigheid. Maar die echte aanwezigheid hoef ik niet in theologische finesses uit te spellen.
Wel verzet ik me van harte tegen het idee dat brood en wijn slechts symbolen zijn. Door het gebed van de predikant, voorganger, priester, krijgen brood en wijn een ander karakter voor wie het in geloof ontvangt. Christus is werkelijk aanwezig als we eten en drinken. Hij geeft zich aan ons. Het offer dat hij eenmaal bracht wordt geactualiseerd voor onze ogen en Hem nemen we tot ons als we brood en wijn nuttigen.
Brood eten en wijn drinken is eredienst. Het is Christus die tot iedere individu komt zodat we als individuen een zijn met Hem en met elkaar, zegt Ratzinger. Dat zijn mooie woorden. Hij verbindt deze
communion met de noodzaak van
adoration. Het is de aanbidding van het Lam – in geloof en met dankzegging – die de eucharistie zijn waarde geeft. Dat is het hoogtepunt van de gemeenschap met Christus.
Voor Ratzinger betekent dit dat je als gelovige in aanbidding naar de hostie in de tabernakel kan opzien. Daarom moet het dus in de liturgie een voorname rol spelen.
Vanuit mijn paleo-orthodoxe benadering concludeer ik ten eerste dat iets dat in de eerste 1000 jaar van de kerk niet bestond, toch nooit zo van enorm belang kan zijn in de liturgie van de kerk. Ik heb er geen boodschap aan, temeer daar de argumenten voor de tabernakel sterk samenhangen met transsubstantiatie waar in de oude kerk ook niet over werd gesproken.
Tegelijk, de leer van transsubstantiatie spreekt de leer en het gebruik in de oude kerk ook niet
tegen. Daarom zal ik er in mijn omgang met mijn katholieke geloofsbroeders nooit een breekpunt van maken. De oude kerk geloofde van harte dat brood en wijn het echte lichaam van Christus werden, en dat geloof delen we.
Om buiten de eredienst om dat brood en wijn als Jezus te behandelen, gaat me wel te ver. Ik aanbid Hem, niet het brood en de wijn die Hij gebruikt om tot me te komen. Net zomin als ik het doopwater aanbid omdat Hij het water gebruikt om ons te behouden.
Overigens.... er zijn Anglikaanse kerken die wel zo'n tabernakel hebben - als ze in de Anglo-Katholieke traditie staan. Ik vraag me vaak af waarom zulke Anglikanen zich niet gewoon bij de kerk van Rome aansluiten. Nou ja, voor hun priesters is dat vervelend - ze raken er hun bij de Anglikaanse instanties opgebouwde pensioen mee kwijt.